In de rubriek “De Estafettepen” komt iedere keer een bevlogen en inspirerende deskundige uit ons vakgebied aan het woord. Iedere spreker draagt zijn eigen ‘opvolger’ voor, vaak voorzien van een gerichte vraag.Vorige keer gaf Marit Lüschen de pen door aan Diana Starmans, met de vraag: "hoe kunnen we de onzekerheid over de hoogte van de AOW-uitkering wegnemen bij mensen die willen woningdelen?"Diana Starmans van Sociale Verzekeringsbank Marit omschreef het precies zoals het is. Carlo wil graag woningdelen. Dat is gezellig, efficiënt en goed voor de buurt. Maar de overheid rekent hem er mogelijk financieel voor af. Ik noemde dit eerder een drempel op samenwonen. Want dat is het.Wij krijgen vaker mensen zoals Carlo aan de lijn. Mensen die willen samenwonen, maar eerst willen weten wat het betekent voor hun AOW. En die afhaken als ze horen dat het antwoord afhangt van vragen als: wie doet de boodschappen, wie kookt er, hoe zijn de financiën geregeld? Dat zijn indringende vragen over het privéleven, en de uitkomst is vooraf niet altijd te voorspellen. Niet voor ons, en niet voor Carlo.Die onzekerheid zit ingebakken in een wet uit 1957. Toen kende Nederland twee leefvormen: gehuwd of alleenstaand. Maar de samenleving van nu kent er minstens 21. En toch moeten wij al die situaties nog steeds beoordelen binnen dat oude kader. Dit soort vereenvoudigingen moet zorgvuldig gebeuren. Je moet goed weten wat de effecten zijn voor burgers, voor de uitvoering, voor de overheidsfinanciën. Die basis is er nu: er ligt een gedegen onafhankelijke maatschappelijke kosten-batenanalyse. Die laten zien dat invoering van een objectief partnerbegrip, op basis van verifieerbare criteria zoals een huwelijk of een notarieel samenlevingscontract, de drempel op samenwonen wegneemt. En dat dat jaarlijks in een conservatieve berekening 1.500 tot 2.600 woningen oplevert op de woningmarkt. En dat mensen daardoor minder eenzaam zijn en minder snel een beroep doen op de zorg. De Tweede Kamer heeft de minister dan ook met brede steun opgeroepen om het partnerbegrip te vereenvoudigen en de financiële dekking daarvoor te regelen. Wij hebben er vertrouwen in dat de minister nu met een goed voorstel komt, en wij staan klaar om het uit te voeren.De politiek is aan zet. Aanpassing van de AOW maakt de uitvoering eenvoudiger, voor burger voorspelbaarder en draagt bij aan het oplossen van de woningcrisis.De estafettepen geef ik door aan Maarten Knigge van Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam. Zij weten als geen ander hoe groot de aarzeling is: twintig procent van hun alleenstaande oudere huurders staat open voor woningdelen, maar zet de stap niet vanwege de vrees voor AOW-korting. Mijn vraag: als de wet verandert, hoe zorgen jullie er dan voor dat die ouderen de stap ook echt zetten?